Rijksmonumenten
Subsidie
BRIM
Als eigenaar van een rijksmonument kunt u een subsidie of een goedkope lening krijgen van het rijk voor de kosten van instandhouding van uw pand.
Op 1 februari 2006 is het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten (Brim) in werking getreden. Het Brim richt zich op instandhouding van beschermde rijksmonumenten. De strekking van de regeling is dat eigenaren van woonhuizen en van boerderijen aanspraak kunnen maken op een lening, en dat de overige eigenaren aanspraak kunnen maken op subsidie. Subsidie wordt namens de minister door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed verleend. De laagrentende lening wordt verstrekt door het Nationaal Restauratiefonds (NRF).
Voor de Brim-regeling is 2012 een overgangsjaar tussen de lopende en de nieuwe Brim-regeling, die in 2013 in zal gaan. Omdat er veel aanvragen te verwachten zijn en toch daarvan zoveel mogelijk te kunnen subsidiëren, heeft de staatssecretaris besloten de regeling niet voor elk project open te stellen en binnen de aanvragen ook prioriteiten toe te passen:
Twee groepen krijgen voorrang:
- aanvragen van eigenaren van molens, kastelen en andere monumenten die in 2006 instandhoudingssubsidie ontvingen;
- daarna de niet gehonoreerde Brim-aanvragen uit 2011 (en zo nodig, gaan binnen deze groep de laagste begrotingen voor op de hogere).
De maximale subsidiabele kosten zijn verlaagd, voor kerken van 700.000,- naar 100.000,- en voor overige monumenten van 100.000,- naar 50.000,- subsidiabele kosten per 6 jaren plan (PIP).
Restauraties en grootschalige plannen vallen af: voor restauraties komen nieuwe subsidiemogelijkheden. Hiervoor is vanaf 2012 structureel geld beschikbaar. Net als voorheen blijft als eerste criterium gelden: ‘Wie het eerst komt, die het eerst maalt’ – ook voor de voorrangsgroepen.
De regeling wordt opengesteld op 16 januari 2012. Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn de bijbehorende documenten (tekst van de regeling en aanvraagformulieren met toelichtingen) beschikbaar.
Herbestemming
Vanaf 1 november 2011 heeft het rijk een nieuwe subsidieregeling opengesteld.
De Subsidieregeling stimulering herbestemming monumenten bevordert een duurzaam gebruik van monumenten. Hiervoor zet de regeling in op twee sporen.
De rijksoverheid kan bijdragen in de kosten:
- om de haalbaarheid van een herbestemming te onderzoeken;
- om het monument in de tussentijd wind- en waterdicht te houden.
Belangrijke uitgangspunten van deze regeling die voor beide regimes gelden, zijn de volgende:
- De regeling geldt niet alleen voor monumenten die door het Rijk, een provincie of een gemeente worden beschermd maar ook voor niet beschermde monumenten ; bij de laatste categorie moet het dan wel gaan om monumenten die naar het oordeel van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente van monumentale waarde zijn.
- Monumenten die eigendom zijn van de rijksoverheid, zijn uitgesloten van subsidiëring, evenals woonhuizen ; voor de laatste categorie monumenten zijn andere financieringsmogelijkheden voorhanden.
- De verdeling van subsidies vindt plaats volgens het principe ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ .
- De subsidie bedraagt 70% van de kosten van onderzoek of 70% van de subsidiabele kosten van de werkzaamheden. Voor een onderzoek kan per aanvraag over ten minste € 10.000 en ten hoogste € 25.000 subsidie worden verstrekt. De subsidiabele kosten bedragen voor de tijdelijke maatregelen ten minste € 10.000 en ten hoogste € 50.000.
Voor de regeling stelt het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap 2,4 miljoen euro per jaar beschikbaar: 1,4 miljoen voor het wind- en waterdicht maken van monumenten en 1 miljoen euro voor haalbaarheidsonderzoeken. Daarnaast verhogen de ministeries van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het budget voor de haalbaarheidsonderzoeken eenmalig met 1,6 miljoen omdat de regeling bijdraagt aan de leefbaarheid van gebieden waar deze onder druk staat. Het gaat dan om aandachtswijken, krimpregio’s en zogeheten Ortega-gemeenten (Almere, Apeldoorn, Ede, Haarlemmermeer en Zoetermeer).
Dit betekent dat voor herbestemmingprojecten die in aanmerking lijken te komen voor de regeling zo spoedig mogelijk een aanvraag ingediend moet worden. Het Steunpunt Monumentenzorg kan u ook ondersteunen in de aanvraag van deze subsidie en het voorbereiden van een herbestemmingplan.
Op de website van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed zijn de bijbehorende documenten (tekst van de regeling, informatieblad en aanvraagformulieren met toelichtingen) beschikbaar.
Provinciale Stimuleringsregeling Monumenten
Momenteel staat er geen regeling voor restauratie en onderhoud open.
Belastingvoordeel
Voor particuliere eigenaren van rijksmonumenten zijn de kosten van onderhoud een aftrekpost voor de belasting. Per 2012 betreft dit 80% van de kosten. Het gaat om kosten die gemaakt worden voor het onderhouden of repareren van monumentale onderdelen van uw pand, comfortverbetering valt hier soms gedeeltelijk onder. De onderhoudskosten kunnen achteraf opgegeven worden bij de belastingdienst. Voor de wat grotere restauraties verdient het aanbeveling vaststelling van de aftrekbare kosten te vragen door het plan bij de belastingdienst in te dienen. Het Bureau Monumentenpanden van de belastingdienst geeft dan binnen 10 weken uitsluitsel over de belastingtechnische gevolgen. Zo weet u vooraf waar u financieel aan toe bent. Het Bureau Monumentenpanden van de belastingdienst zit in Amersfoort en is te bereiken op telefoonnummer (033) 4505277.
Heeft u uw onderneming in uw rijksmonumentenpand of behoort het pand tot een werkzaamheid, dan gelden voor afschrijving dezelfde regels als voor gewone bedrijfspanden.
Voorfinanciering belastingteruggave?
De onderhoudskosten aan een rijksmonument die fiscaal aftrekbaar zijn, kunnen een belangrijk deel van de financiering vormen. Om eerder over dit bedrag te kunnen beschikken, kan het Nationaal Restauratiefonds dit bedrag voorfinancieren. Hiervoor wordt gewerkt met een kortlopende annuïteitenlening.
Lening
Volgens het Brim heeft een particulier eigenaar van een woonhuis of boerderij zonder agrarische functie recht op fiscale aftrek en op een lening met lage rente, ook wel ‘restauratiehypotheek’ genoemd. Bij een combinatie van fiscale aftrek en restauratiehypotheek is het mogelijk om een lening af te sluiten voor 70% van de fiscaal aftrekbare kosten. Hebt u geen recht heeft op fiscale aftrek, dan kunt u voor 100% van de instandhoudingskosten goedkoop lenen.
Voor andere categorieën monumenten is er subsidiëring mogelijk.
Informatie over fiscale aftrek kunt u ook krijgen bij de Belastingdienst particulieren, Bureau Monumentenpanden. Voor andere categorieën monumenten dan woonhuizen of boerderijen zonder agrarische functie is er subsidiëring mogelijk. Wilt u in aanmerking komen voor een restauratielening in het kader van het BRIM, dan dient u in ieder geval op voorhand een beschikking van de belastingdienst te vragen.
Aanvullend financieren met de Totaal-financiering
Voor een deel van de kosten voor instandhouding van een monument kan de eigenaar een bijdrage krijgen in de vorm van een subsidie of een laagrentende lening. Maar er zijn altijd kosten die voor eigen rekening van de eigenaar komen. Dan is het goed om te weten dat het Nationaal Restauratiefonds ook die kosten kan financieren. Zo heeft u een totaal-financiering voor het gehele project.
RestauratieWijzer
Voor eigenaren van rijksmonumentale woonhuizen of boerderijen zonder agrarische functie heeft het Nationaal Restauratiefonds een extra adviesdienst: de RestauratieWijzer. Hiermee wordt u op procedureel en financieel gebied snel wegwijs gemaakt in monumentenland. Dit door ondermeer een persoonlijke begeleiding voorafgaand en tijdens uw restauratieproces. De regie blijft nadrukkelijk in uw handen. Het is uw restauratie, uw geld en uw persoonlijk project. Maar zo hebt u een betrouwbare partner die over uw schouder meekijkt. De volgende onderdelen horen bij de Restauratiewijzer: De MAP (Monumenten Aanpak Planner), Telefonische ondersteuning en er kan worden gekeken naar de Financiële haalbaarheid, door het maken van een globale inschatting van de financiële consequenties aan het begin van het restauratieproces. Voor deze dienstverlening vraagt het NRF een eenmalige bijdrage van €100,00 (inclusief BTW en verzendkosten).
Kerken Nevenfunctie-Lening
Het Nationaal Restauratiefonds stimuleert per 1 januari 2009 multifunctioneel gebruik van kerkgebouwen. Voor aanpassing van rijksmonumentale kerkgebouwen kan nu een laagrentende lening worden afgesloten. Met deze Kerken Nevenfunctie-Lening kunnen werkzaamheden gefinancierd worden die nodig zijn om faciliteiten aan te brengen in de kerk, zoals sanitaire voorzieningen, verwarming of een pantry. Op deze manier kan de kerk naast de eredienst ook gebruikt worden voor concerten, tentoonstellingen, vergaderingen, enz. Het Nationaal Restauratiefonds wil met de Kerken Nevenfunctie-Lening niet alleen kerken ondersteunen, maar ook laten zien dat blijvend gebruik goed is voor monumenten.
De kosten van onderhoud van een monumentaal kerkgebouw en de kleiner wordende geloofsgemeenschappen dwingen veel kerkbestuurders om te zoeken naar nevenfuncties voor het kerkgebouw. Op deze manier wordt de kerk intensiever gebruikt, wordt de kans op leegstand kleiner en kan de kerk meer opbrengsten genereren om het onderhoud te betalen.
Het Restauratiefonds heeft vooralsnog één miljoen euro beschikbaar voor de Kerken Nevenfunctie-Leningen. De opzet is dat de rente en aflossing terugkeert in het fonds. Op die manier kunnen er in de toekomst opnieuw leningen verstrekt worden die bijdragen aan het behoud van monumentale kerken.
Of een kerk in aanmerking komt voor de Kerken Nevenfunctie-lening is afhankelijk van een aantal voorwaarden. Kijk voor deze voorwaarden en meer informatie over de regeling op de website van het Nationaal Restauratiefonds.
